Vissen: hoofdbewoners van de vijver
Voor veel mensen is een vijver pas compleet als er felgekleurde vissen in rondzwemmen. Hoewel vissen geen belangrijke rol spelen in het biologisch evenwicht van de vijver, brengen ze natuurlijk wel leven in de brouwerij en is het leuk om op een mooie zomeravond te kijken hoe ze rondzwemmen en naar eten happen.
Vissen uitkiezen: welke soorten en hoeveel?
Niet alle vissen zijn even geschikt voor een tuinvijver. Sommige soorten hebben namelijk enkele nare eigenschappen, waarmee ze een mooie vijver compleet kunnen verruïneren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aanvreten van zuurstofplanten en het voortdurend omwoelen van de bodem, waardoor het water troebel wordt. Zolang de vissen klein zijn valt het nog wel mee, maar als ze groter worden groeien ook de problemen bij sommige soorten.
Het is dus belangrijk om vissoorten te kiezen die deze eigenschappen niet hebben óf de vijverpartij zo in te richten dat de vissen geen kwaad kunnen. Hieronder worden enkele soorten besproken en wordt vermeld of ze geschikt zijn voor een gewone tuinvijver, dus een vijver die met zuurstofplanten helder gehouden wordt. Koikarpers worden apart besproken.
Goudvis
Deze vissoort wordt waarschijnlijk het meest gehouden in Nederlandse en Belgische vijver. Toch zijn goudvissen geen geschikte vijvervissen. Ze hebben namelijk twee grote nadelen:
- ze woelen graag in de bodem, vooral de grotere exemplaren
- ze vermenigvuldigen zich razendsnel.
Hierdoor kunnen goudvissen je na verloop van tijd aardig wat vijverproblemen opleveren.
Goudwinde
Ook de goudwinde is een aanrader. Net als de Sarasa eet hij vooral van de wateroppervlakte en laat de bodem met rust. Een andere eigenschap is dat goudwindes behoorlijk groot kunnen worden, tot zo’n 60 cm. Vooral in wat kleinere vijvers is dat een nadeel. Ook planten ze zich vrij gemakkelijk voort.
 |
|
Goudwindes (links) en de goudelrits of Mona Lisa (rechts).
Beide vissen zijn geschikt voor bijna alle vijvers. |
|
 |
Goudelrits (Mona Lisa)
De goudelrits is een vijvervis die zich makkelijk voortplant, zijn eten aan het wateroppervlak zoekt en klein blijft ( 10 cm). Dit is een zeer geschikte vis om in wat grotere aantallen uit te zetten in de vijver of om mee te beginnen in een nieuwe vijver.
Steur
De steur is van nature een bodemvis, die stromend water nodig heeft. Deze vissoort hoort eigenlijk niet thuis in een gewone tuinvijver.
Sarasa (komeetstaart)
Deze vissoort is een goed alternatief voor de goudvis. De Sarasa vermenigvuldigt zich minder snel en is een typische oppervlakte-azer. Dit betekent dat hij voedsel zoekt dat op het water drijft in plaats van in de bodem te gaan wroeten. Buiten deze voordelen heeft de Sarasa ook een aantrekkelijk kleurpatroon van wit en oranje. Sommige exemplaren zijn helemaal wit of oranje, maar de meeste zijn tweekleurig. De Sarasa een prima vijvervis, die niet zeer snel groeit en maximaal zo’n 20 centimeter wordt.
 |
Sarasa of komeetstaart (foto links): een voor de meeste vijvers geschikte vis.
Zonnebaars (rechts): deze roofvis kan in een grote vijver (10.000 ltr) gehouden worden. |
|
 |
Zonnebaars
Een zonnebaars is, net als de andere baarsachtigen, een roofvis. Dit betekent dat hij levende prooien, zoals kleine visjes, eet. In een wat grotere vijver (meer dan 10.000 liter) kun je een enkele zonnebaars houden.
Sluierstaarten
Sluierstaarten zijn redelijk geschikte vijvervissen. Ze worden niet al te groot, en planten zich niet te snel voort.
Vissen uit de natuur
Het heeft weinig zin om vissen uit de natuur in je vijver te zetten. Vrijwel alle vissen hebben een zodanige schutkleur, dat je ze nauwelijks kunt zien in je vijver. Bovendien zal een vis die is opgegroeid in een natuurlijk water de overgang naar een tuinvijver vaak niet overleven. Veel natuurvissen, zoals zeelt, brasem, blei en karper zijn bodemwroeters.
Hoeveel vissen?
Vissen vervullen geen kritieke rol in het biologisch evenwicht van de vijver, maar het zijn wel vervuilers. Al het afval wat de vissen produceren (mest, fosfaat en nitraat) moet door de bacteriën in de vijver en het filter opgeruimd worden. Als er teveel vissen in de vijver zwemmen, zullen de bacteriën niet meer al het afval kunnen omzetten. Hierdoor raakt de vijver vervuild en komen er teveel voedingsstoffen in het water. Het gevolg is algenbloei, waardoor het vijverwater groen wordt. Het biologisch evenwicht in de vijver is dan verstoord.
Om dit te voorkomen, moet het aantal vissen in de vijver dus beperkt worden. Dit betekent dat je niet teveel vissen in de vijver moet uitzetten, maar ook moet kiezen voor soorten die zich niet al te makkelijk voortplanten.
Teveel vissen in een vijver leidt tot verstoring van het biologisch evenwicht. De vissen produceren dan meer afvalstoffen dan de bacteriën in de vijver kunnen verwerken.
Het gevolg is, dat de vijver last krijgt van zweefalg en troebel wordt. Over het algemeen geldt dat minder vissen tot een mooier resultaat leidt. |
|
 |
De hoeveelheid vissen die een vijver aankan is afhankelijk van een aantal factoren:
Omvang van de vijver
Hoe groter de vijver, hoe meer vissen er in kunnen.
Leeftijd van de vijver
In een jonge vijver is het biologisch evenwicht meestal nog vrij kwetsbaar. Door te snel teveel vissen uit te zetten, kan er makkelijk een verstoring optreden.
Capaciteit van het filter
Een goed filter herbergt een grote en gezonde kolonie bacteriën. Installatie van een goed biologisch filter zorgt ervoor, dat er meer vissen in de vijver kunnen.
Soort vissen
Sommige vissen belasten het vijvermilieu zwaarder dan andere soorten, bijvoorbeeld omdat ze sneller groeien en zich sneller voortplanten.
Waterkwaliteit
Vijvers met een goede waterkwaliteit (waterhardheid, voldoende mineralen) kunnen veel effectiever het afval van de vissen verwerken dan vijvers met zacht water. Zie de pagina’s Mineral Clay en waterkwaliteit. Bij een goede waterkwaliteit kunnen er meer vissen in de vijver.
Vuistregel
Als vuistregel kun je aanhouden, dat er per kubieke meter vijverwater ( 1.000 liter) ongeveer 20 cm vis in de vijver kan. Met een goed filter, voldoende waterplanten en goede waterwaarden kun je hier nog eens 25% bij optellen en kom je op 25 cm vislengte per 1.000 liter. In een vijver van bijvoorbeeld 3.500 liter kun je op die manier 87 cm vis houden. Dit zijn bijvoorbeeld zo'n 20 goudelritsen of 5 tot 10 goudwindes.
 |
Een paar grotere vissen van 10-15 cm aangevuld met een aantal kleinere geeft vaak een mooi resultaat. Bovendien wordt op deze manier het biologisch evenwicht van de vijver niet aangetast.
Op de afbeelding is een sarasa te zien samen met een aantal goudelritsen. Deze vissen woelen de bodem niet om en laten de zuurstofplanten met rust. Hun voedsel pakken ze hoofdzakelijk van de wateroppervlakte.
|
Koikarpers
De bekendste vissoort die een aparte vijverinrichting vergt, is de koikarper. Deze vis zal, zodra hij enige omvang heeft, alle zuurstofplanten opeten én woelt graag in de bodem. Om koikarpers te kunnen houden zal de taak van de zuurstofplanten, het helder houden van de vijver (zie pagina biologie), dus overgenomen moeten worden door andere systemen, zoals een helofytenfilter of een meerkamerfilter. Dit maakt koivijvers ook meteen een stuk duurder dan een ‘gewone’ tuinvijver, nog afgezien van de aanschafprijs van de vissen zelf.
Een andere optie is de vijver in twee delen te splitsen, waarbij de vissen in het ene deel zitten en de zuurstofplanten in het andere, voor de vissen onbereikbare, deel. Dit kan door onder water een verticaal gespannen net aan te brengen in de vijver.
Vissen uitzetten, voeren en gezondhouden
Wanneer uitzetten ?
Als je net een vijver hebt aangelegd, is het verstandig om er het eerste jaar geen vissen in te zetten. In deze tijd kan de vijver een biologisch evenwicht opbouwen, zonder dat dit meteen verstoord wordt door de vissen. Koop nieuwe vissen bij voorkeur in maart / april. De watertemperatuur is dan nog niet te hoog en de vis heeft genoeg tijd om te wennen aan zijn nieuwe omgeving, zodat hij met voldoende weerstand de winter in gaat.
Kopen, vervoeren en uitzetten
Zorg dat je vissen aanschaft bij een gespecialiseerde kwekerij of tuincentrum. Let erop, dat de exemplaren die je koopt geen wondjes, infecties of schimmelplekken hebben. Als je oranje vissen koopt, heb je de neiging om de felst gekleurde exemplaren te kiezen. Toch kun je beter kiezen voor de vissen die wat meer naar geel neigen, deze zijn doorgaans gezonder en sterker.
Vervoer de vissen in een stevige plastic zak met voldoende water in een afgedekte doos, uit de zon. Ben uiterst voorzichtig; tijdens het transport zijn vissen zeer gevoelig voor beschadigingen en hebben ze een hoog stressniveau.
Leg de nieuwe vissen met zak en al een half uurtje in je vijver, op een plaats in de schaduw. Hierna kun je de zak openknippen en de vis in de vijver laten.
Het komt helaas regelmatig voor dat nieuwe vissen ondanks alle voorzorgsmaatregelen snel doodgaan nadat je ze in de vijver hebt uitgezet. Ga in elk geval om met de nieuwe vissen zoals hierboven beschreven staat. De sterfte blijft dan tot een minimum beperkt.
 |
|
Koikarpers kunnen uit de hand leren eten (foto links). |
|
 |
Foto rechts: teveel voeren kan leiden tot troebel water. |
Voeren
In een vijver met maar weinig vissen hoef je niet of nauwelijks te voeren. Vooral kleine vissen zijn uitstekend in staat hun eigen kostje bij elkaar te scharrelen. Ze eten insecten en larven die van nature in de vijver leven.
Heb je veel vissen in je vijver of grotere exemplaren, let dan op de volgende dingen:
-Begin pas met voeren bij een watertemperatuur van 8 graden of meer. Bij een lagere temperatuur is de stofwisseling van de (koudbloedige) vissen zo laag, dat ze geen voedsel nodig hebben.
-Voer niet te veel. Zorg dat de vissen het uitgestrooide voer binnen een paar minuten opeten. Voer dat niet gegeten wordt, vormt extra afval voor je vijver en een belasting voor het biologisch evenwicht.
-Voer zoveel mogelijk met levend voer, zoals watervlooien.
Gezond houden van de vissen
Niemand zit te wachten op zieke vissen. Enkele tips om je vissen gezond te houden:
-Zorg voor water van goede kwaliteit. Gezond, hard vijverwater heeft een vrij constante zuurgraad (Ph-waarde), waardoor vissen minder gevoelig zijn voor parasieten, schimmels en andere infecties. Lees hierover meer op de pagina’s waterwaarden en Mineral Clay.
-Zorg voor genoeg groeiende zuurstofplanten. Vissen hebben net als andere dieren zuurstof nodig en zijn hiervoor afhankelijk van de zuurstofplanten. Als de zuurstofplanten niet goed groeien, neem dan maatregelen en plaats tijdelijk een beluchtingsset in de vijver.
-Zorg dat er niet teveel vissen in de vijver komen. Teveel vissen leidt op den duur bijna altijd tot massale infectie en vissterfte.
-Zet zieke vissen zo snel mogelijk apart. Hiermee voorkom je dat de gezonde exemplaren ook ziek worden.
Een overzicht van de meest voorkomende aandoeningen bij vissen. Infecties kunnen behandeld worden met speciale geneesmiddelen, maar voorkomen is betere dan genezen.
Let daarom op het volgende:
-zet niet teveel vissen in de vijver
-zorg voor goede waterkwaliteit
-vervoer vissen na aankoop voorzichtig |
|
 |
Behandeling van zieke vissen
Als je vissen toch ziek worden, kun je overwegen om een medicijn toe te dienen. Bedenk hierbij dat medicijnen duur zijn en lang niet altijd voorkomen dat de vis toch doodgaat. Zeker bij wat kleinere exemplaren is behandeling meestal zinloos.
Als je een vis wilt behandelen, moet je hem in een aparte bak doen (quarantaine). De medicijnen, die je aan het water toe moet voegen, bevatten namelijk bacteriedodende middelen. Dit is natuurlijk goed voor de zieke vis, maar funest voor de bacteriën in het filter en de vijver. Bovendien werken geneesmiddelen veel effectiever als je ze toepast in een kleinere waterhoeveelheid.
Bij tuincentra zijn middelen tegen diverse aandoeningen te koop.
|