Vijverhulp: alles over de vijver


  Maandthema: draadalgen bestrijden

Vissen: hoofdbewoners van de vijver

Voor veel mensen is een vijver pas compleet als er felgekleurde vissen in rondzwemmen. Hoewel vissen geen belangrijke rol spelen in het biologisch evenwicht van de vijver, brengen ze natuurlijk wel leven in de brouwerij en is het leuk om op een mooie zomeravond te kijken hoe ze rondzwemmen en naar eten happen. 

   
Bekijk straks ook: vijvervissen in beeld

 

Sluierstaart en goudelritsen (vijvervissen) in heldere vijver  
Vissen maken van de vijver een levendig geheel. Op deze foto zijn een sluierstaart en drie goudelritsen afgebeeld. Dit zijn zeer geschikte vijvervissen.


Vijvervissen komen vooral tot hun recht in een heldere vijver. Vuistregel is, dat de schaduw van vissen op de vijverbodem zichtbaar moet zijn.


Zuurstofplanten in de vijver zorgen voor voldoende zuurstof voor de vissen. Om vissen gezond te houden is het dan ook belangrijk de vijver zo in te richten dat de zuurstofplanten goed groeien.

 


Vissen uitkiezen: welke soorten en hoeveel?

Niet alle vissen zijn geschikt voor een tuinvijver. Sommige soorten hebben namelijk enkele nare eigenschappen, waarmee ze een mooie vijver compleet kunnen verruïneren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aanvreten van zuurstofplanten en het voortdurend omwoelen van de bodem, waardoor het water troebel wordt.

Het is daarom belangrijk om vissoorten te kiezen, die deze eigenschappen niet hebben óf de vijverpartij zo in te richten, dat de vissen geen kwaad kunnen. Hieronder worden enkele soorten besproken en wordt vermeld of ze geschikt zijn voor een gewone tuinvijver, dus een vijver die met zuurstofplanten helder gehouden wordt. Koikarpers worden apart besproken.

In het filmpje tref je informatie aan over het uitzoeken en aanschaffen van vijvervissen.


Ook het transport en het uitzetten van vijvervissen in de vijver wordt uitgelegd en in beeld gebracht.


In de video wordt ook uitgelegd, hoe je kunt controleren of het vijverwater helder genoeg is.

 

   

 

 

 

Goudvis (Carassius auratus auratus)
Deze vissoort wordt waarschijnlijk het meest gehouden in Nederlandse en Belgische vijvers. Toch zijn goudvissen geen geschikte vijvervissen. Ze hebben namelijk twee grote nadelen: 
- ze woelen graag in de bodem, vooral de grotere exemplaren
- ze vermenigvuldigen zich razendsnel, waardoor er al snel teveel vissen in de vijver komen.
Hierdoor kunnen goudvissen na verloop van tijd aardig wat vijverproblemen opleveren. 

Komeetstaart (Sarasa)
Deze vissoort is een goed alternatief voor de goudvis. De Sarasa vermenigvuldigt zich minder snel en is een typische oppervlakte-azer. Dit betekent, dat hij voedsel zoekt dat op het water drijft in plaats van in de bodem te gaan wroeten. Buiten deze voordelen heeft de Sarasa ook een aantrekkelijk kleurpatroon van wit en oranje. Sommige exemplaren zijn helemaal wit of oranje, maar de meeste zijn tweekleurig. De Sarasa een prima vijvervis, die niet zeer snel groeit en maximaal zo’n 20 centimeter wordt. 

Goudwinde (Leuciscus idus melanotus)
De goudwinde is ook een aanrader voor de vijver. Net als de Sarasa eet hij vooral van de wateroppervlakte en laat de bodem met rust. Een andere eigenschap is, dat goudwindes behoorlijk groot kunnen worden, tot zo’n 60 cm. Vooral in wat kleinere vijvers is dat een nadeel. Ook planten ze zich vrij gemakkelijk voort. 

Goudwindes  

Linkerafbeelding:
Goudwinde (Leuciscus idus melanotus)

Rechterafbeelding:
Goudelrits
(Pimephales promelas)

Beide soorten zijn geschikt voor vrijwel alle vijvers.

  Goudelrits of Mona Lisa


Goudelrits (Pimephales promelas)
De goudelrits is een vijvervis die zich makkelijk voortplant, zijn eten aan het wateroppervlak zoekt en klein blijft ( 10 cm). Dit is een zeer geschikte vis om in wat grotere aantallen uit te zetten in de vijver of om mee te beginnen in een nieuwe vijver. In de handel wordt deze vissoort vaak aangeduid als Mona Lisa.

Steur (Acipenser sturio)
De steur is van nature een bodemvis, die stromend water nodig heeft. Deze vissoort hoort daarom eigenlijk niet thuis in een gewone tuinvijver. 

Zonnebaars (Lepomis gibbosus)
Een zonnebaars is, net als de andere baarsachtigen, een roofvis. Dit betekent dat hij levende prooien, zoals kleine visjes, eet. In een wat grotere vijver (meer dan 10.000 liter) kun je een enkele zonnebaars houden.

Sarasa of Komeetstaart: mooie vijvervis  

Linkerafbeelding: Komeetstaart (Sarasa). Geschikt voor vrijwel alle vijvers.

Rechterafbeelding:
Zonnebaars (Lepomis gibbosus). Roofvisje voor grotere vijvers vanaf 10.000 liter.

  Zonnebaars: roofvis voor grotere vijvers


Sluierstaarten (div. soorten Carassius)
Sluierstaarten zijn geschikte vijvervissen. Ze worden niet al te groot, en planten zich niet snel voort.

Vissen uit de natuur
Het heeft weinig zin om vissen uit de natuur in je vijver te zetten. Vrijwel al deze vissen hebben een zodanige schutkleur, dat je ze nauwelijks kunt zien in je vijver. Bovendien zal een vis die is opgegroeid in een natuurlijk water de overgang naar een tuinvijver vaak niet overleven. Veel natuurvissen, zoals zeelt, brasem, blei en karper zijn enorme bodemwroeters.


Hoeveel vissen in de vijver?

Vissen vervullen geen belangrijke rol in het biologisch evenwicht van de vijver, maar het zijn wel vervuilers. Al het afval dat de vissen produceren (mest, fosfaat en nitraat) moet door de bacteriën in de vijver en het filter opgeruimd worden. Als er teveel vissen in de vijver zwemmen, zullen de bacteriën niet meer al het afval kunnen omzetten. Hierdoor raakt de vijver vervuild en komen er teveel voedingsstoffen in het water. Het gevolg is algenbloei, waardoor het vijverwater groen wordt. Het biologisch evenwicht in de vijver is dan verstoord.

Om dit te voorkomen, moet het aantal vissen in de vijver dus beperkt worden. Dit betekent dat je niet teveel vissen in de vijver moet uitzetten, maar ook moet kiezen voor soorten die zich niet al te makkelijk voortplanten

Teveel vissen in een vijver leidt tot problemen  

Het aantal vissen dat in de vijver gehouden kan worden, hangt van een aantal factoren af.

Teveel vissen in een vijver leidt tot verstoring van het biologisch evenwicht. De vissen produceren dan meer afvalstoffen dan de bacteriën in de vijver kunnen verwerken. Het gevolg is, dat de vijver last krijgt van zweefalg en troebel wordt. Ook is de kans op zieke vissen groter.

In een vijver die is voorzien van een biologisch filter en/of een UVC-filter kunnen tot 25% meer vissen worden gehouden dan in een vijver zonder zo'n installatie.

De hoeveelheid vissen die een vijver aankan, is afhankelijk van een aantal factoren:

Omvang van de vijver
Hoe groter de vijver, hoe meer vissen er in kunnen.

Leeftijd van de vijver
In een jonge vijver is het biologisch evenwicht meestal nog vrij kwetsbaar. Door te snel teveel vissen uit te zetten, kan er makkelijk een verstoring optreden.

Aanwezigheid biologisch filter
Een goed biologisch filter herbergt een grote en gezonde kolonie bacteriën. Installatie van een goed biologisch filter zorgt ervoor, dat er meer vissen in de vijver kunnen.

Aanwezigheid UVC-filter
In een vijver met een UVC-filter kunnen meer vissen leven dan in een vijver zonder zo’n filter.

Soort vissen
Sommige vissen belasten het vijvermilieu zwaarder dan andere soorten, bijvoorbeeld omdat ze sneller groeien en zich sneller voortplanten.

Waterkwaliteit
Vijvers met een goede waterkwaliteit (waterhardheid, voldoende mineralen) kunnen veel effectiever het afval van de vissen verwerken dan vijvers met zacht water. Zie de pagina’s Mineral Clay en waterkwaliteitBij een goede waterkwaliteit kunnen er meer vissen in de vijver. 

Vuistregel
Als vuistregel kun je aanhouden, dat er per kubieke meter vijverwater ( 1.000 liter) ongeveer 20 cm vis in de vijver kan. Met een goed UVC-filter, voldoende zuurstofplanten en goede waterwaarden kun je hier nog eens 25% bij optellen en kom je op 25 cm vislengte per 1.000 liter. In een vijver van bijvoorbeeld 3.500 liter kun je op die manier 87 cm vis houden. Dit zijn bijvoorbeeld zo'n 20 goudelritsen of 5 tot 10 goudwindes. 

Boven deze vijver is een omgekeerd aquarium geplaatst. Door het aquarium met behulp van een pomp met vijverwater te vullen, kunnen de vissen in en uit zwemmen. Hierdoor zijn ze extra goed zichtbaar.

Bij een dergelijke constructie moet de onderste aquariumrand enkele centimeters onder water staan en zeer goed ondersteund worden, bijvoorbeeld door stenen pilaartjes.



  Constructie met aquarium in vijver

 

Koikarpers

De bekendste vissoort die een aparte vijverinrichting vergt, is de koikarper (Cyprinus carpio koi). Deze vis zal, zodra hij enige omvang heeft, alle zuurstofplanten opeten én woelt graag in de bodem. Om koikarpers te kunnen houden zal de taak van de zuurstofplanten, het helder houden van de vijver (zie pagina biologie), dus overgenomen moeten worden door andere systemen, zoals een helofytenfilter of een meerkamerfilter of UVC-filter. Dit maakt koivijvers ook meteen een stuk duurder dan een ‘gewone’ tuinvijver, nog afgezien van de aanschafprijs van de vissen zelf.

Een andere optie is de vijver in twee delen te splitsen, waarbij de vissen in het ene deel zitten en de zuurstofplanten in het andere, voor de vissen onbereikbare, deel. Dit kan door onder water een verticaal gespannen net aan te brengen in de vijver.

Koikarpers vereisen een aangepaste vijverinrichting  
Een vijver met koikarpers kan niet met zuurstofplanten helder gehouden worden, omdat de vissen deze planten opeten.

Om een koivijver helder te houden, is daarom een groot filter met UVC-lamp noodzakelijk. Daarnaast kan gebruik gemaakt worden van een helofyten- of plantenfilter.

Een andere optie is om de vijver in twee delen te splitsen, waarbij één deel bestemd is voor de vissen en het andere deel voor de zuurstofplanten. Dit kan bereikt worden door onder water een verticaal gespannen net aan te brengen.


Vissen uitzetten, voeren en gezondhouden

Wanneer uitzetten?
Als een vijver net is aangelegd, is het verstandig om er de eerste maanden geen vissen in te zetten. In deze tijd kan de vijver een biologisch evenwicht opbouwen, zonder dat dit meteen verstoord wordt door de vissen.

Koop nieuwe vissen bij voorkeur in de periode maart - mei. De watertemperatuur is dan nog niet te hoog en de vis heeft genoeg tijd om te wennen aan zijn nieuwe omgeving, zodat hij met voldoende weerstand de winter in gaat.

Kopen, vervoeren en uitzetten
Zorg dat je vissen aanschaft bij een gespecialiseerde kwekerij of tuincentrum. Let erop, dat de exemplaren die je koopt geen wondjes, infecties of schimmelplekken hebben. Bij oranje vissen bestaat de neiging om de felst gekleurde exemplaren te kiezen. Toch kun je beter kiezen voor de vissen die wat meer naar geel neigen, deze zijn doorgaans gezonder en sterker.

Vervoer de vissen in een stevige plastic zak met voldoende water in een afgedekte doos, uit de zon. Ben uiterst voorzichtig; tijdens het transport zijn vissen zeer gevoelig voor beschadigingen en hebben ze een hoog stressniveau.
Leg de nieuwe vissen met zak en al een half uurtje in je vijver, op een plaats in de schaduw. Hierna kun je de zak openknippen en de vis in de vijver laten.

Het komt helaas voor dat nieuwe vissen ondanks alle voorzorgsmaatregelen snel doodgaan nadat je ze in de vijver hebt uitgezet. Ga in elk geval om met de nieuwe vissen zoals hierboven beschreven staat. De sterfte blijft dan tot een minimum beperkt.

Het filmpje op deze pagina laat zien hoe je vissen kunt uitzoeken, vervoeren en in de vijver kunt zetten.

Voeren van de vissen
In een vijver met maar weinig vissen hoef je niet of nauwelijks te voeren. Vooral kleine vissen zijn uitstekend in staat hun eigen kostje bij elkaar te scharrelen. Ze eten insecten en larven die van nature in de vijver leven. 

Heb je veel vissen in je vijver of grotere exemplaren, let dan op het volgende:
-Begin pas met voeren bij een watertemperatuur van 8 graden of meer. Bij een lagere temperatuur is de stofwisseling van de (koudbloedige) vissen zo laag, dat ze geen voedsel nodig hebben.
-Voer niet te veel. Zorg dat de vissen het uitgestrooide voer binnen een paar minuten opeten. Voer dat niet gegeten wordt, vormt extra afval voor je vijver en een belasting voor het biologisch evenwicht.
-Voer zoveel mogelijk met levend voer, zoals watervlooien. 

In deze vijver hebben de vissen langdurig te veel voer gekregen. De voerkorrels die niet door de vissen zijn opgegeten, maken het water geleidelijk aan te voedselrijk. Het gevolg is algengroei en troebel water.

Vissen moeten het uitgestrooide voer binnen enkele minuten opeten. Op deze manier wordt voorkomen dat er voer in de vijver achterblijft. Ook het voeren met levend aas (watervlooien) voorkomt dat de vijver te voedselrijk wordt.

Vissen eten minder naarmate de watertemperatuur van de vijver lager is. Bij een watertemperatuur lager dan 8 graden hoeft er helemaal niet meer gevoerd te worden, omdat de stofwisseling van de vissen dan uiterst laag is.

  Vissen te veel voeren leidt tot troebel water


Gezond houden van de vissen
Niemand zit te wachten op zieke vissen. Enkele tips..... (Lees verder op pagina 2)

 

pagina 1 - pagina 2

 

Direct nalopen: checklist vijvervissen

 

 

 

 


Verder lezen:

Ontwerp & Aanleg vijvers Vijveronderhoud Vijverproblemen oplossen Vijverinrichting Vijverproducten

 

 

 

 

 
   

 

© 2002-2017 Vijverhulp. Niets uit deze website mag zonder schriftelijke toestemming van Vijverhulp worden gekopiëerd, overgenomen of op andere wijze openbaar worden gemaakt.  Vijverhulp, Mineral Clay, GH-Extra, KH-Extra,Pond Biotics, Draadalg-in-één en Zweefalg-in-één zijn geregistreerde merknamen.

Vijverhulp: de snelste weg naar een heldere vijver